Schade?

Bel ons (0174) 526 767

Adresgegevens Route

Als een werknemer van baan verandert

 

Als een werknemer van baan verandert en zijn pensioen is    ondergebracht bij een verzekeraar, leidde de waardeoverdracht van het pensioen vaak tot extra kosten voor de nieuwe werkgever.

Door de sterke daling van het wettelijk standaardtarief voor de waardeoverdracht vanaf      1-1-2011, bent u als huidige werkgever in veel gevallen degene die moet bijbetalen.


Situatie tot 1-1-2011
Een werknemer die van werkgever wisselt heeft het recht om zijn pensioen mee te nemen naar zijn nieuwe werkgever. De waarde van het pensioen wordt dan overgedragen. Dit gebeurt tegen betaling van een overdrachtkoopsom. Bij de berekening hiervan moeten de pensioenverzekeraars een wettelijk vastgestelde rente hanteren. Die bedroeg in 2010 4,122%. Het probleem is echter dat het rentepercentage dat de verzekeraars hanteren om te berekenen hoeveel geld zij in kas moeten hebben om aan een toekomstige pensioenverplichting te kunnen voldoen, in de meeste gevallen 3% is. Bij de waardeoverdracht moet de hogere rente van 4,122% worden gehanteerd, waardoor de contante waarde van de pensioenaanspraak een stuk lager wordt dan het bedrag dat de pensioenverzekeraar van de nieuwe werkgever in kas moet hebben voor de toekomstige uitkeringen. Het tekort moet door de nieuwe werkgever worden bijbetaald.

Vanaf 1-1-2011 kosten voor u als huidige werkgever
Per 1 januari 2011 is het echter niet meer de nieuwe werkgever die wordt geconfronteerd met een bijbetaling, maar bent u dat als huidige werkgever. De Nederlandsche Bank heeft het wettelijk standaardtarief voor 2011 namelijk vastgesteld op 2,984%. Aangezien dit percentage lager is dan de gebruikelijke rekenrente in pensioencontracten van 3%, is het dit jaar de huidige werkgever die bij de waardeoverdracht moet bijbetalen. In de meeste gevallen zal het hierbij gaan om een relatief klein bedrag, aangezien het verschil tussen 3% en 2,984% niet groot is. Er zijn echter ook verzekeraars die een hogere rekenrente hanteren (bijvoorbeeld 4%). Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u als huidige werkgever een wat ouder pensioencontract heeft met uw verzekeraar. Ook kan het zijn dat u recent een nieuw contract met uw verzekeraar hebt afgesloten, maar dat pensioenaanspraken van uw werknemers deels nog werden opgebouwd op oude grondslagen.  In die gevallen kunt u als huidige werkgever wel een forse rekening verwachten, zeker als de betrokken
(ex-)werknemer al enigszins op leeftijd is en al heel wat dienstjaren achter de rug heeft.

Een voorbeeld
Stel: uw werknemer heeft een ouderdomspensioen opgebouwd van € 10.000,- per jaar vanaf 65 jaar en verlaat op zijn 45e uw bedrijf.

Situatie tot 1-1-2011
De overdrachtswaarde die wordt berekend tegen een wettelijke rente van 4,122% bedraagt dan zo’n € 80.095,-. De nieuwe verzekeraar heeft – om hetzelfde pensioen in te kopen en bij een contractsrekenrente van 3% – een bedrag nodig van zo’n € 99.475,-. Het verschil van
€ 19.380,- komt  ten laste van de nieuwe werkgever via diens verzekeraar.

Als huidige werkgever had u hier geen “last” van. Maar hetzelfde gold natuurlijk ook in de situatie dat u de nieuwe werkgever was die een nieuwe werknemer in dienst nam.


Situatie vanaf 1-1-2011
De op wettelijke rente van nu 2,984% berekende overdrachtswaarde bedraagt € 99.784,-
Uw verzekeraar heeft echter (volgens uw pensioencontract dat een rekenrente kent van 3%) “slechts” € 99.475,- in kas, en zal daarom bij u aankloppen voor het verschil van € 309,-

Een relatief klein bedrag. Maar als (een deel van) de aanspraken zijn opgebouwd in een pensioencontract met 4% rekenrente, wordt de bijbetaling al gauw veel hoger:
In een pensioencontract met rekenrente 4% heeft uw verzekeraar nl. maar € 81.995,- in kas. Het verschil met de wettelijke overdrachtswaarde dat door u in die situatie moet worden bijbetaald bedraagt nu € 17.789,-

Overigens is de marktrente waartegen waardeoverdrachten worden behandeld vanaf
1-1-2012 vastgesteld op 2,802% . Hierdoor is de hiervoor geschetste situatie nog nadrukkelijker aan de orde!

Advies
Wellicht  denkt u, na bovenstaande gelezen te hebben, “in mijn bedrijf gaat wel eens iemand weg, maar er komt ook weer een nieuwe werknemer bij, dus de lasten van uitgaande – en de lusten van inkomende waardeoverdracht vallen wel tegen elkaar weg”.
Bedenk dan dat het meestal een wat oudere werknemer is(met wellicht al een behoorlijke pensioenopbouw) die uw bedrijf verlaat, terwijl hij door een jongere werknemer wordt vervangen. Ook in een groeiende onderneming (met meer in – dan uitdiensttreders) zijn het juist vaak de ouderen die afscheid (moeten) nemen. Lasten en lusten van waardeoverdracht wegen dus lang niet altijd tegen elkaar op.

Neem daarom in het eerste stadium van vermoedelijk vertrek van een werknemer contact met ons op. Wellicht kunnen we voor u uitrekenen welke kosten u als werkgever ongeveer kunt verwachten wanneer uw (ex) werknemer besluit tot waardeoverdracht. Kosten die misschien voorkomen kunnen worden; het is voor uw (ex) werknemer in een aantal situaties misschien niet verstandig om waardeoverdracht aan te vragen.

Overigens is het vanuit uw zorgplicht als werkgever altijd verstandig de vertrekkende werknemer de gelegenheid te bieden om met ons te praten over ook alle andere gevolgen van het beëindigen van zijn pensioenpolis.