Schade?

Bel ons (0174) 526 767

Adresgegevens Route

Miljoenennota 2018:

Wachten op nieuwe plannen

Het staat in de grondwet: op de derde dinsdag van september maakt de regering het beleid voor het jaar daarna bekend. Prinsjesdag ging daarom ook dit jaar door, hoewel veel mensen dat onzin vonden. Er zit immers een demissionair kabinet dat geen ingrijpende beleidswijzigingen kan doorvoeren.

Aan de formatietafel zitten momenteel vier partijen die gezamenlijk een regeringsverklaring voorbereiden. Het wachten is dus op hun nieuwe plannen en dat betekent dat de Miljoenennota dit jaar voornamelijk bestaand beleid bevatte, dat nog een uitwerking heeft in 2018. Omdat er binnenkort nieuw beleid wordt gepresenteerd, heeft de Tweede Kamer dit jaar na Prinsjesdag geen Algemene Politieke Beschouwingen (APB) gehouden. Dit debat over de hoofdlijnen van de Miljoenennota wordt dit jaar samengevoegd met het debat over de regeringsverklaring van het nieuwe kabinet.

Kan de Miljoenennota 2018 dan straks in de prullenbak? Nee. Omdat het al laat in het jaar is, kunnen een aantal beslissingen voor volgend jaar niet meer teruggedraaid worden. Ook heeft een nieuwe regering tijd nodig om hun plannen in wetten vorm te geven en door de Tweede en Eerste Kamer te krijgen. En ten slotte is er bestaand beleid dat de nieuwe regering gewoon voort zal willen zetten.

Daarom laten wij u in deze Miljoenennotaspecial weten wat de belangrijkste wijzingen zijn die u voor volgend jaar kunt verwachten. Als straks de nieuwe regeringsplannen van invloed zijn op uw inkomenszekerheid en uw verzekeringsbehoeften, zullen we u daarvan zeker op de hoogte houden.

Wonen: geen verrassingen voor huiseigenaren

Voor de eigen woning had u bij wijze van spreken zelf de Miljoenennota kunnen schrijven, want alle wijzigingen komen voort uit plannen die er al waren. Hier op een rijtje: de belangrijkste veranderingen in 2018 voor (aanstaande) huizenbezitters.

Maximale hypotheek

Het bedrag dat u mag lenen voor de aanschaf van een woning wordt uitgedrukt in de zogenaamde loan to value (LTV): de verhouding tussen woningwaarde en hypotheek. In 2017 was dat nog 101%, in 2018 gaat dat zoals afgesproken naar 100%. Uw maximale hypotheek mag dus maximaal 100% van de koopsom bedragen. Dat betekent dat u alle bijkomende kosten zoals notariskosten, advieskosten en overdrachtsbelasting, zelf moet betalen.

Maximale hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrente die u betaalt mag u aftrekken van de belasting. Maar sinds 2013 wordt die aftrekmogelijkheid geleidelijk aan beperkt. Ieder jaar gaat de maximale hypotheekrenteaftrek met 0,5% omlaag. In 2018 mag maximaal 49,5% van de hypotheekrente afgetrokken worden. Mensen met een inkomen in het hoogste belastingtarief profiteren daardoor minder van dit belastingvoordeel. Heeft u een lager inkomen, dan merkt u van de beperking voorlopig niets. Wel zet de daling door en komt het aftrekpercentage in 2041 uiteindelijk uit op 38%.

Nationale Hypotheek Garantie

Nationale Hypotheekgarantie (NHG) wordt niet voor iedere hypotheek verstrekt, er geldt een zogenaamde kostengrens. De kostengrens wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde koopsom (€245.000) vermeerderd met de wettelijk toegestane LTV. Omdat die LTV in 2018 100% bedraagt, mag de maximale hypotheek met NHG dan dus €245.000 bedragen. Voor woningen met energiebesparende voorzieningen (EBV) mag u daar nog 5% bij optellen en bedraagt een NHG-hypotheek maximaal €257.250.

Vanaf januari 2018 wordt de NHG-grens gekoppeld aan de gemiddelde huizenprijs. Omdat de huizenprijzen in 2017 zijn gestegen is het zeer goed mogelijk dat de NHG-grens ergens in 2018 wordt verhoogd.

Restschuldregeling vervalt

Per 1 januari 2018 vervalt de fiscale restschuldregeling. Deze regeling houdt in dat als u een lening afsluit om uw restschuld te financieren, de rente en de kosten nog 15 jaar aftrekbaar zijn. Voor restschulden die zijn ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017 blijft de regeling bestaan. Maar voor restschulden die daarna ontstaan geldt de restschuldregeling niet meer.

Monumentenaftrek

Oorspronkelijk zou de aftrekregeling voor monumenten verdwijnen vanwege een bezuiniging van 25 miljoen. Deze bezuiniging is in de voorjaarsnota 2017 teruggedraaid en de regeling blijft daarom tot 2019 ongewijzigd.

WOZ-waarde stijgt

De Waarderingskamer heeft berekend dat de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in 2018 stijgt met 5% tot 7%. De WOZ-waarde is van invloed op de hoogte van een aantal belastingen voor u als huiseigenaar zoals de OZB, watersysteemheffing en het eigenwoningforfait.

Vereniging van Eigenaren

Een Vereniging van Eigenaren (VvE) is vanaf 1 januari 2018 verplicht om jaarlijks een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw. De hoogte van het te reserveren bedrag wordt vastgesteld op basis van een meerjarig onderhoudsplan, of is 0,5% van de herbouwwaarde van het appartementencomplex. Alleen als 80% van de eigenaren akkoord is, kunnen zij afzien van storten in een onderhoudsfonds.

Zorgverzekering: eigen risico blijft toch 385 euro

De zorgkosten in Nederland stijgen ieder jaar opnieuw. De zorgconsumptie neemt toe, niet alleen vanwege de vergrijzing, maar ook door dure innovatieve behandelingen, kostbare medicijnen en een stijgende vraag naar de behandeling van psychische aandoeningen. De hogere kosten ziet u terug in een hogere zorgpremie. Maar het eigen risico blijft gelijk.

Eigen risico

Al voor Prinsjesdag werd bekend dat het verplichte eigen risico in 2018 zou stijgen naar 400 euro per jaar. Afgesproken was namelijk dat het eigen risico gekoppeld is aan de zorgkosten. Als die gaan stijgen, moet ook het eigen risico omhoog. Onderhandelingspartijen VVD en D’66 zijn voorstander van deze koppeling. Maar de andere partijen in de formatie – CDA en ChristenUnie – pleitten in de verkiezingscampagne juist voor een verlaging.

Daags na Prinsjesdag maakte informateur Gerrit Zalm bekend dat de formerende partijen de voorgenomen verhoging van het eigen risico toch niet door willen laten gaan. Het eigen risico blijft dus 385 euro per jaar.

Zorgpremie

Het ministerie van VWS maakt ieder jaar een raming om na te gaan hoe sterk de premies voor de basisverzekering gaan stijgen. Voor 2018 werd verwacht dat dat 72 tot 120 euro per jaar zou zijn. Maar nu het eigen risico niet verhoogd wordt, heeft dat gevolgen voor de zorgpremie. Die gaat 10 euro per jaar extra omhoog.

Zorgtoeslag

Om Nederlanders met een laag inkomen te compenseren voor de gestegen zorgkosten, gaat de zorgtoeslag in 2018 met maximaal 130 euro per jaar omhoog. Middeninkomens profiteren daar veel minder van. Zij krijgen weinig tot geen zorgtoeslag.

Basisverzekering

Er verdwijnen geen behandelingen uit het basispakket. Wel wordt het per 1 januari 2018 uitgebreid met de volgende vergoedingen:

  • Mensen met artrose aan de heup- en kniegewrichten krijgen de eerste 12 behandelingen oefentherapie vergoed
  • Kankerpatiënten die immuuntherapie ontvangen, krijgen het vervoer van en naar de behandeling vergoed.
  • Verzorging (bijvoorbeeld hulp bij wassen en medicijnen innemen) aan minderjarigen die samenhangt met de geneeskundige zorg die het kind nodig heeft, wordt altijd vergoed uit het basispakket.
    De zorg die minderjarigen krijgen om zelf de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) uit te voeren, blijft onder de Jeugdwet vallen. ADL-verrichtingen zijn bijvoorbeeld eten en aankleden.

Inkomensafhankelijke bijdrage

Gepensioneerden en zelfstandigen betalen voor hun zorgverzekering ook een zogenaamde inkomensafhankelijke bijdrage. En werkgevers betalen voor de zorg over het loon van hun werknemers een werkgeversheffing. Voor 2018 wordt de hoogte van deze heffing en van de inkomensafhankelijke bijdrage in december bekendgemaakt.

Overstappen kan weer

De overheid bepaalt de inhoud van de basisverzekering, maar zorgverzekeraars mogen zelf de premie van hun eigen basisverzekering vaststellen. Zij moeten de nieuwe premie – en die van hun aanvullende pakketten – uiterlijk 12 november bekendmaken. De stijging van de zorgpremie kan een goede reden zijn om over te stappen naar een andere zorgverzekeraar. Vanaf 1 oktober mag u weer een nieuwe keuze maken. Wij adviseren u daar graag bij en regelen de overstap. Uw nieuwe zorgverzekering gaat dan in op 1 januari 2018.

Koopkracht: hoe realistisch zijn de cijfers?

De economische verwachtingen voor 2018 zijn positief. Een groei van 2,5%, meer banen, een lagere staatsschuld en een verbeterde koopkracht. Gemiddeld gaan huishoudens er volgend jaar 0,6% op vooruit. Maar hoe realistisch zijn deze koopkrachtcijfers?

Bij het berekenen van de koopkrachtcijfers baseert het Centraal Planbureau (CPB) zich op een flink aantal indicatoren zoals de loonstijging, de inflatie en de wijzigingen in belasting- en premietarieven en subsidies, zoals kinderbijslag, huursubsidie. Op basis van CPB-berekeningen is de verwachting dat de koopkracht van huishoudens in 2018 gemiddeld met 0,6% omhoog gaat.

Omdat niet iedereen profiteert van de groei, trekt het kabinet 425 miljoen euro uit om de koopkracht te repareren van uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. Deze groepen dreigden achter te blijven.

Hoe ontwikkelt de koopkracht zich voor verschillende groeperingen?

Koopkracht naar inkomensgroepen

  • Inkomens minder dan bruto 35.350 euro: + 0,6%
  • Inkomens tussen bruto 35.350 en 70.700 euro: + 0,6%
  • Inkomens tussen bruto 70.700 en 101.000 euro: + 0,8%
  • Inkomens meer dan bruto 101.000 euro : + 1,1%

Koopkracht per type huishouden:

  • Tweeverdieners: + 0,7% 
  • Alleenstaanden: + 0,6% 
  • Alleenverdieners (paren met één kostwinner): + 0,6%
  • Gezin met kinderen: + 0,9%
  • Zonder kinderen: + 0,6%

Koopkracht naar soort inkomen

  • Werkenden: + 0,8%
  • Uitkeringsgerechtigden: + 0,3%
  • Gepensioneerden: + 0,6%

Geen harde cijfers

Juist omdat de koopkracht van zoveel factoren afhangt, zijn de cijfers niet hard. Dat u meer te besteden krijgt, is dan ook geen belofte. Want wat gebeurt er met uw koopkracht als de inflatie sterker stijgt? Als het lage btw-tarief opgeschroefd wordt? En groeit onze economie wel zo hard als internationale conflicten groter worden? Of als de Brexitonderhandelingen mislukken?

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) waarschuwt bovendien voor een te positieve stemming over de koopkracht in 2018. Ondanks de aantrekkende economie zullen de meeste huishoudens volgend jaar niet heel veel meer kunnen uitgeven dat dit jaar, zegt het instituut. Zo heeft een alleenstaande in de bijstand volgend jaar maandelijks 3 euro meer te besteden. Voor een alleenstaande werkende met een bruto jaarinkomen van 30.000 euro is het verschil 4 euro. Voor tweeverdieners met twee kinderen tot twaalf jaar en inkomens van 45.000 en 25.000 euro, gaat het om een stijging van 11 euro, oftewel een koopkrachtstijging van 0,2%.

Het Nibud heeft berekend dat de koopkrachtverschillen uitkomen tussen de -0,5 en 0,5%. Met name AOW-gerechtigden met een aanvullend pensioen van hoger dan 10.000 euro krijgen te maken met een koopkrachtdaling tot – 1,5%.

Lonen omhoog?

Tegelijk verwacht het Centraal Planbureau (CPB) dat de werkgelegenheid toeneemt, evenals het aantal gewerkte uren per persoon en het aantal openstaande vacatures. Uiteindelijk ontstaat hierdoor meer krapte op de arbeidsmarkt. Dat kan leiden tot hogere lonen, meer vaste contracten en hogere tarieven voor zzp'ers. Een hoger loon is goed voor uw koopkracht.

Uw individuele koopkracht

De koopkrachtcijfers zijn gemiddelden. Het belangrijkst voor uw eigen koopkracht zijn de veranderingen in uw persoonlijke omstandigheden, zoals promotie, ontslag, pensionering of gezinsuitbreiding. Als er iets verandert in uw leven, veranderen ook uw financiële mogelijkheden uw verzekeringsbehoeften. Klop dan bij ons aan om te bespreken of regelingen en verzekeringen moeten worden aangepast.

Belastingen: iets erbij en iets eraf

Een nieuw belastingstelsel voor 2018 is niet aan de orde. Partijen willen het huidige stelsel wel veranderen, maar de plannen voor vernieuwing lopen nogal uiteen. Het zal daarom nog geruime tijd duren voordat wij u over ingrijpende veranderingen kunnen berichten.

Wat verandert er wel in 2018?

Inkomstenbelasting

Voor de inkomstenbelasting worden volgend jaar de eerste, tweede én derde schijf verlengd. De derde schijf eindigt bij €68.507. Dat is €1.435 hoger dan dit jaar.
De tarieven in de eerste schijf blijven volgend jaar voor iedereen gelijk aan 2017. In de tweede en derde schijf gaat het belastingtarief met 0,05 procentpunt omhoog. De tarieven van de vierde schijf gaan juist met 0,05 procentpunt omlaag.

Maar uw belastingaanslag hangt ook af van de vraag hoeveel heffingskorting u krijgt. In 2018 gaat de algemene heffingskorting omlaag, evenals de alleenstaande ouderenkorting. Maar de ouderenkorting en de jonggehandicaptenkorting gaan omhoog.

Of u meer of minder inkomstenbelasting gaat betalen hangt van de hoogte en het soort inkomen af.

Vermogensbelasting

De berekening van de vermogensrendementsheffing is in 2017 aangepast en de systematiek moet op den duur het werkelijk behaalde rendement op spaargeld en vermogen gaan belasten. Voor 2018 stelt de Belastingdienst de heffing nog vast met behulp van jaarlijks vastgestelde percentages. Dit heet het forfaitaire rendement. Het leidt tot de volgende tarieven op vermogen:

25.000 - 100.000 euro:                    2,65% (2017: 2,87%)
100.000 - 1.000.000 euro:               4,52% (2017:,4,60%)
> 1.000.000 euro:                            5,38% (2017: 5,39%)

Het tarief van 30 procent over het veronderstelde rendement blijft gelijk. Het bedrag dat is vrijgesteld van belasting blijft 25.000 euro.

Inkeerregeling stopt per 1 januari 2018

Heeft u in de afgelopen jaren geen of niet volledig aangifte gedaan over uw buitenlandse vermogen? Dan kunt gebruikmaken van de inkeerregeling. Als u alsnog aangifte doet, krijgt u over de meest recente jaren helemaal geen en over de overige jaren een lagere boete. Doe de aangifte dit jaar nog want per 1 januari 2018 wordt de inkeerregeling afgeschaft.