Schade?

Bel ons (0174) 526 767

Adresgegevens Route

Onrust in Pensioenland ?

 

Het zal niemand ontgaan zijn dat er behoorlijk wat onrust is in Pensioenland. Na jarenlang in het grijze, saaie verdomhoekje van de media te hebben gebivakkeerd, staat pensioen nu volop in de belangstelling. Helaas niet omdat het pensioenvak nu opeens zo enorm sexy is geworden, of omdat de pensioenbewustheid is toegenomen, maar omdat Nederland siddert van de gedachte dat haar zo gekoesterde pensioenstelsel wankelt als nooit tevoren.


Als werkgever krijgt u misschien te maken met vragen en ongerustheid van werknemers over hun pensioenregeling. Maar werkgevers zijn natuurlijk niet altijd de specialist om de werknemers te woord te staan. En de informatie die wordt verstrekt door de pensioenfondsen of de pensioenverzekeraars zelf, wordt – terecht of onterecht – wellicht als te gekleurd (en dan misschien wel te rooskleurig) gezien. Weten wat er aan de hand is, is dus noodzakelijk !


Allereerst moeten we Pensioenland verdelen in twee provincies. Het grootste deel van de pensioenregelingen in ons land wordt uitgevoerd door pensioenfondsen. De bedrijfstakpensioenfondsen, de ondernemingspensioenfondsen en de beroepspensioenregelingen. Dit is samen ongeveer 85% van de totale pensioenmarkt. Het resterende deel van zo’n 15% wordt uitgevoerd door de pensioenverzekeraars. De onrust die zich nu manifesteert speelt zich eigenlijk alleen maar af bij de pensioenfondsen.


Alles heeft te maken met de dekkingsgraad. Dat is de verhouding van de hoeveelheid geld die het pensioenfonds “in kas” moet hebben om de toekomstige uitkeringsverplichtingen te kunnen dekken. En dan gaan er anno nu verschillende krachten tegelijk werken.


Natuurlijk heeft een pensioenfonds haar geld niet zo op de plank liggen. Dat is belegd en keurig volgens de richtlijnen die daarvoor bestaan verdeeld over risicomijdende en risicovolle beleggingen. Met de hausse op de beleggingsmarkt in de jaren ’90 kwam een lobby op gang om een steeds groter deel van het vermogen te gaan beleggen. Daar werd weliswaar meer risico mee gelopen, maar daar kon ook een beter rendement verwacht worden. We zagen dan ook een stijging van het aandeel beleggingen bij de pensioenfondsen.


Recent hebben we gezien dat de koersen van de beleggingen niet alleen kunnen stijgen zoals in de jaren ’90 wel werd gedacht, maar dat die ook kunnen dalen. Fors zelfs ! En dus is er een groot gat geslagen in het vermogen van de pensioenfondsen. Verlies gaat harder dan het weer terugwinnen; dalen koersen met 50%, moet er daarna wee sprake zijn van 100% koersstijging voordat we alleen maar weer op het oorspronkelijke n niveau zijn.


In diezelfde jaren ’90 zagen we ook dat er bij veel pensioenfondsen behoorlijk wat ‘vet op de botten’ zat. De kassen waren behoorlijk gevuld en de dekkingsgraden hadden waarden die we heden ten dage niet voor mogelijk achten. De werkgevers, lees: de sponsors van de pensioenfondsen, lieten een verlekkerde blik op die hoeveelheid geld vallen. En in een mum van tijd was een premievakantie of zelfs een premieterugbetaling overeengekomen. Een greep uit de pensioenkas dus. En met een afgeroomde kas gingen de pensioenfondsen vervolgens de beleggingscrisis in !


Het derde effect, en misschien ook wel het meest invloedrijke is de huidige lage rentestand. De pensioenverplichtingen in de pensioenfondsen werden altijd gewaardeerd tegen 4% rekenrente. Eenvoudig gezegd werden de in de toekomst uit te keren pensioenen contant gemaakt naar nu op basis van 4% rekenrente. Een aantal jaren geleden heeft de pensioenbranche een succesvolle lobby gehouden om de 4% los te laten en deze in te ruilen voor een waardering tegen marktrente. De elementaire financiële rekenkunde leert ons dat bij een lagere rente de contante waarde hoger zal zijn. Zo ook bij de pensioenfondsen. Wanneer nu met de huidige lage rekenrente de verplichting uitgerekend moet worden zal deze dus (fors) toenemen.


Tenslotte het effect van de levensverwachting. Door o.a. voortschrijdend technisch kunnen in de medische wereld leven we steeds langer. In veel gevallen langer dan – bij het aangaan van een pensioenverplichting werd verondersteld. Dat betekent dat de pensioenfondsen om de indertijd beloofde  pensioenuitkeringen te kunnen garanderen steeds meer geld in kas zullen moeten hebben. Of anders gezegd: dat de pensioenverplichting steeds verder zal toenemen. De recente stijging van de levensverwachting zal naar verluid een effect van een kleine 5% hebben op de toch al veelal beroerde dekkingsgraad van de pensioenfondsen.


Samenvattend hebben we dus met te maken met vier elkaar versterkende effecten te maken:  Het teleurstellende beleggingsresultaat van een paar jaar geleden dat niet zomaar ongedaan wordt gemaakt. De greep in de kas van de jaren ’90. De lage rekenstand van dit moment en de daardoor fors stijgende verplichting (contante waarde). En tenslotte de almaar stijgende levensverwachting.


Met name de laatste maanden is op allerlei niveaus dan ook druk bediscussieerd hoe de toekomst van ons pensioenstelsel eruit zou moeten zien. Er is echter nog geen 100% uitgekristalliseerd resultaat van al die discussies.


Wel zal of is al een aantal maatregelen worden genomen:

  • De pensioengerechtigde leeftijd zal stijgen (ineens of in stappen, dat is nog niet helder) naar 67 jaar;

  • De pensioenfondsen hebben “herstelplannen” moeten maken en indienen om hun dekkingsgraad omhoog te brengen. Als gevolg hiervan hebben vele fondsen hun premies verhoogd en ook al aangekondigd pensioenaanspraken te verlagen;

  • Het harde, zekere en gegarandeerde pensioen is aan het verdwijnen;

  • De discussie omtrent “wat te doen met reeds opgebouwd pensioen” is gestart.


Nu is het zowel voor u als werkgever, maar ook voor uw werknemers, een groot voordeel dat zij horen bij de groep van 15% van de werknemers die pensioen opbouwen bij een verzekeraar  en niet bij een pensioenfonds.


 Zo liggen de tarieven waartegen de toegezegde pensioenen zijn verzekerd gedurende de contractsperiode vast. Pas aan het eind van de contractsperiode kan de verzekeraar nieuwe tarieven introduceren, maar op dat moment heeft u ook de vrijheid de overstap te maken naar een andere pensioenverzekeraar. Met overzichtelijke en vooraf te budgetteren lasten weet u dus, in een verzekerde regeling veel meer dan bij een pensioenfonds, waar u als werkgever aan toe bent.

Ook uw werknemers hebben voordeel van een verzekerde pensioenregeling. Misschien is in uw specifieke regeling niet op voorhand te voorspellen welk pensioeninkomen een werknemer mag verwachten vanaf pensioendatum. Uw werknemers worden echter ook niet geconfronteerd met plotsklaps stijgende pensioenpremies en men profiteert van de flexibiliteit van een verzekerde regeling.


Wel is het zo dat een verzekerde pensioenregeling  in het algemeen meer van u als werkgever vraagt op het terrein van communicatie naar – en zorgplicht voor de werknemers. Denk hierbij aan uitleg over de aard en inhoud van de regeling, welke (beleggings)keuzes werknemers kunnen maken, zijn er mogelijkheden om zelf voor extra pensioen te sparen, enz.

 
Hierbij bieden  de pensioenadviseurs van Hemelraad & Keijzer Pensioenadviseurs u echter graag de helpende hand !