Schade?

Bel ons (0174) 526 767

Adresgegevens Route

Pensioenleeftijd per 1 januari 2014 naar 67 jaar

Nadat, sinds 2009, vijf eerdere wetsvoorstellen zijn gesneuveld, is op 01-01-2013 dan eindelijk de Wet Verhoging AOW en Pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) van kracht geworden en hierop zal uw pensioenregeling moeten worden aangepast. We hebben het hier over de pensioenleeftijd zoals die gaat gelden voor pensioenregelingen van werkgevers aan hun werknemers, het zogenaamde “2e pijler pensioen”. Ook zal de ruimte voor de jaarlijkse pensioenopbouw worden beperkt. Deze maatregelen worden van kracht per 01-01-2014 Afhankelijk van het soort pensioenregeling zoals die voor uw medewerkers geldt, is aanpassing van uw pensioenregeling in meer of mindere mate noodzakelijk.

Wij leggen u graag uit hoe deze aanpassingen er uit zullen gaan zien. Van belang hierbij is om te weten is dat “pensioen” belastingtechnisch wordt gezien als uitgesteld loon. Hoeveel pensioen mag worden opgebouwd, en op welke manier,  staat dan ook uitvoerig beschreven in de Wet Loonbelasting (artikel 18 en 19). Hierbij gelden bepaalde maxima die ook zullen worden aangepast.

Wij zullen de volgende wijzigingen behandelen:

  • Verhoging van de pensioenleeftijd & verlaging van de pensioenopbouw
  • Verhoging van de AOW leeftijd
  • Het Leeftijd Aanpassings Mechanisme (LAM)

Verhoging van de pensioenleeftijd & verlaging van de pensioenopbouw.

Omdat de pensioenleeftijd 2 jaar opschuift, hebben medewerkers 2 jaar langer de tijd om hun pensioen op te bouwen. Om te voorkomen dat die 2 extra jaren aan het eind van iemands loopbaan ervoor zorgen dat het pensioen hoger kan worden dan fiscaal is toegestaan, wordt tegelijk met het opschuiven van de pensioenleeftijd een nieuw fiscaal kader geïntroduceerd waaraan de pensioenopbouw moet voldoen. Dit is de achtergrond van wijzigingen die u wellicht zult moeten doorvoeren in uw pensioenregeling.

We lichten dit graag toe voor de meest voorkomende pensioensystemen, de middelloonregeling en het beschikbaar premieregeling. Tot slot maken we nog een aantal opmerkingen met betrekking tot de AOW (het 1e pijler pensioen).

Gevolgen voor de middelloonregeling:

In een middelloonregeling zegt de werkgever een vaste aanspraak op pensioenuitkeringen toe. De hoogte van de pensioenopbouw mag tot 1 januari 2014 maximaal 2,25% van de pensioengrondslag (bruto jaarsalaris -/- AOW franchise) per dienstjaar zijn. Met het uitstellen van de pensioenleeftijd, daalt het fiscaal maximale opbouwpercentage tot 2,15%. Zo kan (inclusief de AOW) zowel in de oude als in de nieuwe situatie bijna 100% van het gemiddeld verdiende salaris aan pensioen worden opgebouwd.

Wanneer er in uw huidige pensioenregeling sprake is van een pensioenopbouw van meer dan 2,15%, zal de pensioenregeling per 1 januari a.s. moeten zijn versoberd naar een opbouw van maximaal 2,15% per dienstjaar. Wanneer de huidige toezegging minder of gelijk is aan die 2,15% per dienstjaar, hoeft dit onderdeel dus niet te worden aangepast.

Het verschuiven van de pensioenleeftijd naar 67 jaar is een versobering van de regeling. En omdat pensioen een arbeidsvoorwaarde is, zal,  ook bij niet wijzigen van opbouwpercentage, elke individuele werknemer moeten instemmen met deze wijziging. Ook als er sprake is van een OR, met instemmingsrecht voor dit soort wijzigingen – moet met elke individuele werknemer worden besproken dat de pensioenleeftijd opschuift. Hoewel de wijziging bij Wet moet worden doorgevoerd, hebben medewerkers recht op compensatie voor het versoberen van hun arbeidsvoorwaarde pensioen, helemaal wanneer er ook sprake is van het verlagen van het opbouwpercentage.

Overigens worden de tot 1-1-2014 opgebouwde pensioenrechten hierbij niet aangetast. Het pensioen zal door de pensioenverzekeraar worden omgerekend naar een hoger pensioen dat 2 jaar later zal ingaan. Vervolgens kan het pensioen door de deelnemer worden vervroegd als men eerder met pensioen wenst te gaan. 
Gevolgen voor de beschikbare premieregeling:

In een beschikbare premieregeling wordt een pensioenpremie afgesproken waarmee een werknemer een kapitaal bij elkaar gaat sparen. Dit kapitaal op pensioendatum moet door de werknemer worden gebruik om pensioenuitkeringen aan te kopen. Veelal wordt de hoogte van de premie uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag van de werknemer. En naarmate de werknemer ouder wordt, gaat het premiepercentage elke 5 jaar omhoog (premiestaffel).

Ook voor een beschikbare premietoezegging gelden fiscale maxima, en daar is een link met de middelloonregeling:

De fiscaal maximale premiepercentages die mogen worden toegezegd in een beschikbare premieregeling, zijn afgeleid van de fiscaal maximale pensioenopbouw in een middelloonregeling met 2,25% opbouw per dienstjaar. U begrijpt dus dat, wanneer per 1 januari a.s. het opbouwpercentage in een middelloonregeling wordt teruggebracht tot maximaal 2,15%, ook de maximaal toegestane premiestaffel in een beschikbare premieregeling moet worden verlaagd.

Een verlaging van zo’n 4,5% zou kunnen worden verwacht: (2,15 – 2,25) / 2,25 = -/- 4,44%.

Uit de tabel hieronder blijkt echter dat de maximaal toe te zeggen beschikbare premie met zo’n 12 tot 14% afneemt ! Dit is kennelijk het effect van de 2 mogelijke extra jaren deelname aan een beschikbare premieregeling.

Leeftijd:

20

 -

25

25

 -

30

30

 -

35

35

 -

40

40

 -

45

45

 -

50

50

 -

55

55

 -

60

60

 -

65

65

 -

67

Huidige premiepercentages:

 

7,2

 

8,8

 

10,7

 

13,0

 

15,9

 

19,5

 

24,0

 

29,7

 

37,2

 

Premiepercentages vanaf 1-1-2014

 

6,3

 

7,6

 

  9,3

 

11,3

 

13,8

 

16,9

 

20,8

 

25,6

 

32,0

 

37,6

 


Overigens gelden voor het aanpassen van een beschikbare premieregeling dezelfde zaken als voor een middelloonregeling, behalve dat een regeling die nu voor elke leeftijdsklasse onder het fiscaal maximum blijft, straks wellicht toch moet worden aangepast, want:

Naast de regels over maximale pensioenopbouw, staat ook voorgeschreven dat pensioen “evenredig in de tijd” moet worden opgebouwd. Een wat technisch verhaal, maar wie denkt dat aan zijn nu bestaande regeling die ook in 2014 binnen fiscale maxima blijft, slecht een leeftijdscohort (65-67) hoeft te worden toegevoegd, kan nog wel eens bedrogen uitkomen.

Advies:

Wij vinden het belangrijk om u zo snel mogelijk te informeren over de gevolgen voor uw pensioenregeling. Verzekeraars moeten nog met aanpassingsvoorstellen komen, maar we willen graag uw wensen en doelen ten aanzien van de pensioenregeling inventariseren, om alvast verschillende scenario’s te kunnen uitwerken. Uw budget, dat van de medewerkers, hun pensioenrechten en uiteraard nieuwe Wetgeving staan hierbij centraal.

Verhoging van de AOW leeftijd.

Waar de pensioenleeftijd per 1 januari 2014 in één keer opschuift naar 67 jaar, is met ingang van 2013 de AOW gerechtigde leeftijd al met een maand verhoogd. Die AOW leeftijd zal verder worden verhoogd volgens onderstaand schema:

Met ingang van:

AOW gerechtigde leeftijd:

2013

65 jaar + 1 maand

2014

65 jaar + 2 maanden

2015

65 jaar + 3 maanden

2016

65 jaar + 5 maanden

2017

65 jaar + 7 maanden

2018

65 jaar + 9 maanden

2019

66 jaar

2020

66 jaar + 3 maanden

2021

66 jaar + 6 maanden

2022

66 jaar + 9 maanden

2023

67 jaar

2024

Afhankelijk van leeftijdsverwachting


Overigens wordt voor de zomer 2013 een Wetsvoorstel verwacht waarin wordt gesproken over een snellere verhoging van de AOW-leeftijd. In die variant zou de AOW-leeftijd al in 2021op 67 jaar liggen.

Opmerkelijk is dat de AOW leeftijd in stapjes omhoog gaat naar 67 jaar, terwijl de pensioenleeftijd in één keer naar 67 wordt verhoogd op 1 januari 2014. Dit komt doordat pensioenuitvoerders administratief niet aankunnen om, net als bij de AOW, stapsgewijs de pensioenleeftijd te verhogen.

Het Leeftijdsaanpassing Mechnisme (LAM)

Vanaf 2016 zal worden bekeken of op grond van de dan geldende gemiddelde levensverwachting AOW en pensioenleeftijd niet nog verder moeten worden verhoogd. In dit systeem zal de AOW leeftijd dan verder met 3 maanden per jaar worden aangepast, terwijl de pensioenleeftijd steeds met 1 vol jaar verder omhoog gaat. De verhoging zal voor de AOW plaatsvinden als de levensverwachting naar verwachting 5 jaar na de meting, dus in 2021, meer dan 3 maanden is toegenomen. Dan zal de AOW leeftijd ook met 3 maanden worden verhoogd.
Bij de pensioenleeftijd is het eerste jaar waarin wordt gemeten 2014. Er wordt gemeten wat de verwachting is over 10 jaar, dus in 2024. Als de levensverwachting met meer dan een jaar is toegenomen gaat het jaar daarop de pensioenleeftijd naar 68 jaar. Dit kan dus, gezien de ontwikkeling van de levensverwachting, in 2015 al het geval zijn.

Ons advies:

Het is misschien goed u nu al wat oudere werknemers hierop voor te bereiden door gericht ouderen beleid. Er zijn namelijk mogelijkheden om pensioenuitkeringen toch eerder te laten ingaan dan op 67 jaar, maar dit heeft uiteraard wel gevolgen voor de hoogte van die pensioenuitkeringen. Ook demotie en deeltijd pensioen kunnen passen bij uw visie op de ruimte voor oudere werknemers.

Wellicht heeft de verhoging van de AOW leeftijd ook gevolgen voor uw arbeidsovereenkomsten met uw werknemers:

Om op uiterlijk op 65 jarige leeftijd afscheid te kunnen nemen van werknemers, staat er in de arbeidsovereenkomst vaak een bepaling in de trant van “de uiterste ontslagdatum is de datum waarop de werknemer de 65-jarige leeftijd bereikt”, of  “de eerste van de maand waarop de werknemer de 65-jarige leeftijd bereikt”.

Een dergelijke bepaling waarin een leeftijd wordt genoemd is echter nietig op grond van de Algemene Wet Gelijke Behandeling (bij de arbeid). De enige uitzondering voor een niet-nietige bepaling is het opnemen van “de AOW gerechtigde leeftijd” als uiterste ontslagdatum.

Tot voor kort was er dus niets aan de hand: de AOW leeftijd was 65 jaar, met de kanttekening dat in 2012 werd doorgevoerd dat de AOW pas ingaat op de 65e verjaardag en niet meer op de eerste van de maand waarin iemand 65 werd.

Als nu echter, op grond van Wet Gelijke Behandeling, in de arbeidsovereenkomst de AOW ingangsdatum wordt opgenomen als uiterste ontslagdatum, hebben medewerkers het recht om tot 67, of straks nog later,  in dienst te blijven in plaats van tot 65 jaar.

Ons advies:

Houd de regie in eigen hand. Kijk in ieder geval nog eens kritisch naar de bepaling omtrent de  uiterste ontslagdatum, want als daar 65, of een andere nietige bepaling, blijft staan, bepaalt uw werknemer wanneer hij het tijd vindt om te vertrekken.

En zijn we er dan ?

We vrezen van niet. In het regeer akkoord is een verdere verlaging van de pensioen opbouw ruimte opgenomen. Wij verwachten dat voor de zomer van 2013 hierover een wetsvoorstel in de 2e kamer zal worden ingediend. Er wordt gesproken over een maximale opbouw in middelloon van 1,75%, waardoor beschikbare premiepercentages met nog eens zo’n 18 – 20% zullen dalen!

Onze planning is dat we in ieder geval voor de zomer met u het gesprek aangaan, zodat we – wanneer de verzekeraars met hun voostellen komen – de 2e helft van het jaar kunnen benutten om concrete aanpassingen met u door te kunnen spreken en uw pensioenregeling voor 1 januari 2014 weer up-to-date te kunnen maken.

Erik van der Meulen, April 2013.